Selma (20) woont en werkt in Blaret — en ontdekt dat de combinatie veel mooier uitpakt dan ze ooit had verwacht. Een gesprek over studentenleven, zorg en de kleine momenten die je bijblijven.

 

27/03/2026

Het was begin september 2025 en Selma had een probleem. Ze moest een kot vinden in Brussel; geen gemakkelijke opgave vandaag de dag. En waar moet je beginnen? Ze belandde op brukot.be, een website voor studentenhuisvesting in de hoofdstad, en het eerste wat ze zag, was een advertentie van Blaret.

"Te mooi om waar te zijn", dacht ze meteen. Nieuwbouw. Ruim. Groene omgeving. Ze liet de foto's zien aan haar familie, en ook thuis vielen de monden open. Dat Blaret een woon- en zorghuis is? Dat was bijzaak. De foto's spraken voor zich.

Intussen is Selma een half jaar verder. Ze studeert criminologie aan de VUB, heeft haar eerste universiteitsexamens achter de rug en heeft haar draai gevonden in Blaret. We spraken haar over hoe dat leven eruitziet van binnen en van buiten.

"Ik had gedacht dat mijn verblijf een stuk meer individueler zou zijn. Maar het tegendeel bleek waar."

Twee werelden komen samen

Op een doorsnee dag trekt Selma 's ochtends naar de campus, studeert er, eet er ook meestal ("als student heb je niet altijd tijd of zin om uitgebreid te koken", geeft ze eerlijk toe) en keert daarna terug naar haar kot. De grens tussen thuis en werk is er duidelijk en ze koestert die. "Als ik op mijn kot zit, merk ik eigenlijk niet veel van de residentie."

Maar af en toe kruisen de werelden elkaar op de mooiste manier. Dan ziet ze Jacqueline, een bewoonster in hetzelfde gebouw, in de gang. Ze zwaaien. Blazen elkaar een handkus toe. Soms is er een echt gesprek en geeft Jacqueline haar wat Selma lachend "grootmoederadvies" noemt.

"De sfeer hier is zo familiaal. Ik kan soms niet geloven dat het werkelijk een werkplek is."

Wat haar het meest verraste, was niet de kamer of de campus, maar de mensen. "De vriendelijkheid van het personeel in Blaret, dat had ik echt niet verwacht. Er hangt zo'n familiale sfeer. Mensen bekommeren zich echt om elkaar. Dat heb ik nergens anders zo gezien."

Ze ziet het ook tijdens het werk. Hoe het personeel de bewoners ondersteunt. Hoe bewoners elkaar helpen. Hoe er gezorgd wordt: niet als taak, maar als vanzelfsprekendheid. "Ik vind dit heel mooi om te zien", zegt ze oprecht.

Menselijke momenten

Er zijn ook momenten die harder aankomen. "Gisteren was er een dame die mijn hand vasthield en vertelde dat ze alleen is. Dat raakt mij. Tegelijkertijd voel ik me ook machteloos. Maar ik denk dat ik dan ook besef hoe waardevol het is dat er mensen zijn die er elke dag voor haar zijn.”

Als we haar vragen wat ze over tien jaar nog zal herinneren van deze periode, antwoordt ze opgewekt: "Hoe het was om voor de allereerste keer op kot te gaan. En dat dat in Blaret was. Het zijn de kleine, menselijke momenten die bijblijven. Dat klinkt cliché, maar voor mij is het echt zo."