In Woon- en Zorghuis Arthur kom je ze vaak samen tegen: Jan en Flori. Twee vrienden die licht en leven brengen binnen onze muren. Ze kwamen er eigenlijk toevallig terecht en toch zijn ze intussen een vaste waarde geworden. Een glimlach, een vriendelijk woord of een ritje met de riksja — voor de bewoners maken ze een wereld van verschil.
Een ontmoeting in een Chinees restaurant
Het begon allemaal heel spontaan. Jan en Flori leerden er Bob en Liliane kennen, twee gedreven vrijwilligers. “We raakten aan de praat, het was een warm gesprek,” vertelt Flori. “Ze vertelden over hun werk in het woonzorgcentrum en hoe ze drie keer per week de cafetaria openhielden. Maar natuurlijk gaan mensen ook eens op vakantie. Dus dachten wij: misschien kunnen we helpen.”
Wat begon als een helpende hand tijdens afwezigheden, groeide uit tot een mooi engagement waar ze vandaag met veel liefde tijd voor maken.
Eropuit met de riksja
In het woonzorgcentrum doen Jan en Flori van alles: de cafetaria openhouden, themaversiering ophangen, praatjes met bewoners… Maar er is één taak waar Jan zijn hart aan verloren is: het riksjarijden.
“Ik zorg dat er elke maandagmiddag iemand klaarstaat om bewoners mee op pad te nemen,” zegt hij trots. “We hebben trouwens niet alleen een riksja, maar ook een duofiets.” En dat blijkt een schot in de roos. Bewoners voelen zich even weer vrij: haren in de wind, ogen die opnieuw glanzen.
Jan straalt wanneer hij erover vertelt: “Een tijdje geleden hadden we een dame van 101 jaar die mee wilde trappen. Ze wilde zich nuttig voelen, zei ze. Dat raakt je.”
De vrienden achter de glimlach
Jan en Flori vullen elkaar perfect aan.
“Flori is heel sociaal,” vertelt Jan. “Hij stapt makkelijk op mensen af. Ik ben wat introverter.”
Flori knikt. “Jan is dan weer supertechnisch. En sociaal hoor, maar ik kan iets spontaner babbelen.”
Samen vormen ze een ideaal duo: warm, rustig, aandachtig voor wat bewoners nodig hebben, ook als die behoeften niet uitgesproken worden.
Geduld, aandacht en kleine gebaren
Vrijwilligerswerk leerde hen vooral dit: niet alles gaat snel. “Je mag niet verwachten dat je meteen reactie krijgt,” legt Jan uit. “Veel bewoners zijn niet meer zo actief. Dat vraagt geduld en inlevingsvermogen.”
Ze koesteren veel bewondering voor het personeel. “Die mensen hebben ongelooflijk veel geduld,” zegt Flori. “Het is niet evident om dag in dag uit die zorg te dragen.”
Maar het zijn de kleine momenten die alles goedmaken. Een bewoner die blij verrast reageert op de feestelijke versiering in de gang. Een rit op de riksja waarbij iemand geniet van de frisse buitenlucht.
“Je voelt hoe hard mensen nood hebben aan genegenheid,” zegt Flori. “Ook al wonen ze hier goed, vriendschap en aandacht zijn nog altijd zo belangrijk.”
Van banken en verzekeringen naar vrijwilligerswerk
Voor ze met pensioen gingen, hadden ze een heel ander leven.
Flori werkte in de verzekeringen, vooral met autoschadedossiers.
Jan zat in de bankwereld, onder andere op opleidingen en fraudebestrijding.
Nu zetten ze hun tijd en talenten in voor iets dat een totaal andere wereld is.
Een levensles om te koesteren
Als ze één boodschap willen meegeven, is het deze:
“Doe iets voor iemand anders zonder iets terug te verwachten.”
Die houding brengt hen zelf ook veel. De oprechte dankbaarheid van bewoners, de warme knikjes in de gang, de lach tijdens het riksjaritje — dat is voor hen meer dan genoeg.
En nu? Gewoon verder doen
Hun hoop voor de toekomst is eenvoudig. “Dat we dit nog enkele jaren kunnen blijven doen,” glimlacht Jan. “Zolang onze gezondheid het toelaat.”
En wie hen bezig ziet, weet meteen: Jan en Flori zijn twee parels die het woonzorghuis zonder veel woorden mooier maken. Twee mensen die met kleine gebaren een groot verschil creëren.